Ik zit in de trein terug. Na 3 talkshows, 8 voorstellingen, 9
nachten in het hostel, 6487 woorden voor het blog en een klein vat
bier op het eindfeest in de Vera, zit het er op.
Voor me zitten 9 dames. Ze hebben een city-trip in Groningen
gehad.
Of misschien een conferentie. Of een clubweekend. (Kan je breien
in clubs?)
In ieder geval heerst er een opgewekte goedgemutstheid die niet
helemaal goed samen gaat met mijn toch wel katerige lijf.
Gisteren sloot Jonge Harten af met een groot feest in de Vera.
Aanvankelijk was ik er met mijn partner in crime van afgelopen
week, Bram Douwes, maar om twaalf uur ging hij weg.
Ik kom eigenlijk bijna nooit meer in een discotheek en al
helemaal nooit in mijn eentje, maar het beviel goed. In plaats van
dat je met een of twee vrienden of een groep vrienden op stap bent
ben je plotseling met heel de zaal op stap. En zeker in Groningen,
zeker op het eindfeest van Jonge Harten ken je van die zaal dan ook
nog eens ruim de helft.
De Dames voor me hebben het niet meer. Ze kieren het uit.
Diep weggestopt in mijn koptelefoon probeer ik me te
concentreren op dit laatste blog.
Wat is dat toch met dames in groepjes dat ze zo hard moeten
giechelen de hele tijd. Dat ze zo op zoek zijn naar de slappe lach.
En constant snoepjes of fotocamera's of wat dan ook moeten
pakken en uitdelen en aan elkaar laten zien en terugvragen en
becommentariëren.
Het is een groep van constante communicatie, alleen en
voortdurend op elkaar gericht. Alsof ze blind zijn en ze enkel hun
stemmen hebben om elkaar te laten weten dat ze er, inderdaad, nog
steeds nog allemaal zijn. Zoals Keizerpinguins op hun tochten door
heftige sneeuwstormen geluid moeten blijven maken, om niet van de
groep af te dwalen.
Normaal zou ik me er aan hen gaan ergeren maar vandaag ben ik
Boeddha.
Niet alleen omdat ik door de drie talkshows in de Coffee Company
toch enigszins gewend ben geraakt aan hard pratende mensen op de
achtergrond, maar vooral doordat ik een erg fijne week heb gehad op
wat misschien wel het fijnste festival van de Lage Landen is.
Zonder de andere festivals iets te kort willen doen (ze hebben
allemaal hun eigen unieke kracht) vind ik Jonge Harten in ieder
geval het vriendelijkste festival dat ik ken. Toegankelijk.
Bereikbaar. Vol lieve mensen.
Dat ligt natuurlijk ook aan Groningen.
Dat kan bijna niet anders.
Groningen is een vriendelijke stad, met buschauffeurs die je
iets uitleggen als je iets vraagt in plaats van een cynische grap
te maken, en met die vrolijk gele straten in de binnenstad.
Bijna tegenovergesteld aan de straten in Antwerpen, waar ik over
een klein uurtje al weer zal zijn. Antwerpen is een goede stad om
verliefd in te zijn, de stratenmakers zijn er slordig met hun
gevoel. De stenen liggen schots en ruw verspreidt over de aarde. En
hoe fijn ik Groningen ook vind, en hoe fijn de mensen en vooral de
mensen van Jonge Harten, ik zal ook wel blij zijn als ik straks
weer door Antwerpen loop. Weg van de vrolijke eeuwig doordenderende
trein Dames, op naar mijn eigen huis, en vooral
mijn eigen bed.
Beste lezer, bedankt voor het lezen,
Tot snel.